Theoretisch kader

Deze tool kwam tot stand in het kader van een ESF-project ‘innovatie door adaptatie’. De methodiek die we vertalen naar een nieuwe context is gebaseerd op Nederlandse onderzoeksbevindingen en praktijkaanbevelingen van dr. Anneke Menger, werkzaam als lector Werken in Justitieel Kader aan de faculteit Maatschappij en Recht van Hogeschool Utrecht. Tijdens haar loopbaan deed ze veel praktijkgericht onderzoek en publiceerde ze artikelen en boeken over thema’s als reclasseringswerk, schuldhulpverlening en arbeidstoeleiding.

Anneke Menger voerde onderzoek naar factoren die de effectiviteit van het reclasseringswerk positief ondersteunen. In 2009 publiceerde Menger de resultaten van haar onderzoek en legt hierbij de link tussen maatschappelijke aandacht en waardering, werkbeleving en effectiviteit. Menger komt in haar onderzoek tot de conclusie dat het minstens even belangrijk is om na te gaan wie (welke hulpverlener) effectief is, naast wat (welke methode) effectief is. Vanuit die conclusie ging ze op zoek naar elementen die het welbevinden, de motivatie en de effectiviteit van de professional kunnen versterken. Menger steunt haar conclusies op praktijkonderzoek bij 400 reclasseringswerkers en op een studie van internationaal onderzoek rond dit thema.

Kort samengevat determineert Menger vier elementen die kenmerkend zijn voor een effectieve reclasseringswerker die met een positief welbevinden zijn job doet:

  • Inzetten van professionele expertise: het vermogen om coherente verklaringen te geven voor problemen op basis van wetenschappelijke kennis en praktijkervaring.
  • Aangaan van een werkalliantie: het vermogen om allianties aan te gaan met verschillende soorten cliënten en het vermogen om adequaat te reageren op breuken, terugval en problemen in de alliantie.
  • Creëren van hoop en verwachting: het vermogen om de eigen verwachting van succes over te dragen op cliënten.
  • Organiseren van professionele reflectie: het zorgvuldig organiseren van feedback op de eigen performance.

Anneke Menger suggereert in haar methodiekenboek voor elk van deze elementen één of meer methodieken om met een team na te denken of te werken aan het blijven effectief hulpverlenen, mét goesting. Hefboom maakte uit dit methodiekenboek een selectie van een beperkt aantal methoden die bruikbaar zijn in het bredere welzijnsveld, en vult deze aan met enkele andere relevante methoden.

Doorheen het traject werd dus een geïntegreerde tool opgebouwd met volgende elementen: (1) de methodiek van Menger die wordt vertaald van Nederland naar Vlaanderen en van het reclasseringswerk naar vier sectoren in de welzijnssector (de jeugdzorg, zorg voor mensen met een handicap, de centra voor algemeen welzijnswerk en de kinderdagopvang) en aanvullende literatuur, (2) integratie van werkbaar werk (werken met goesting), (3) sociaal ondernemerschap en (4) wat zich aandient in de concrete context van het team en de organisatie waarin het team functioneert.